‘Je bent mooi gebleven’, zo werd mij verteld toen ik nog niet lang op Curaçao woonde. Ik draaide met mijn ogen van links naar rechts en keek verbaasd naar de jongeman tegenover mij. Toen hij dit nogmaals bevestigde met ‘ja, echt hoor’, en dus klaarblijkelijk mij juist een pluim in mijn reet wilde stoppen, liet ik het maar even gaan. Uiteraard ben ik direct gaan informeren naar deze vreemde, maar toch wel aardig in mijn oren klinkende opmerking. Net als naar de zin: ‘ik heb met je gedroomd’. Mijn reactie? ‘Ik weet heus wel dat ik NIET met jou heb geslapen’.

Kiko ta kiko? Rustig…

Ik was blij toen ik er na enkele maanden achter kwam dat ‘te awero’, oftewel tot straks, niet betekent dat je moet wachten tot iemand terug komt. Het betekent vaker tot morgen, tot volgende week of tot nooit, dan dat iemand daadwerkelijk binnen een uur weer op je stoep staat. En ik maar wachten…

Ow, en als je graag wil weten hoe het met iemand gaat, dan vraag je ‘wat is wat’ en kom je erachter dat het met 99% van de bevolking ‘rustig’ gaat. Tot de dag van vandaag heb ik wel de neiging door te vragen om erachter te komen wat rustig precies inhoudt. Maar vaak moet ik toch écht accepteren dat het ‘gewoon rustig’ gaat.

Wat ik wel al vrij snel door had, was wat ‘mijn hoofd is moe’ en ‘sluit je bek’ betekenden. Maar hoe ik mijn haren open en dicht kon doen óf zelfs mijn gezicht, dat was mij toch wel een raadsel. Nu weet ik echter dat het wel een compliment is als één van mijn cliëntjes gefascineerd over mijn blonde, lange en stijlen haren zegt: ‘Nunka mi a mira tanchi su kabei habrí’ en dit vervolgens aanvult met ‘nѐchi tanchi!’.

Yu di Kòrsou!?

Er zijn overigens een aantal mensen om mij heen die mij steeds weer erop wijzen dat ik een echte Yu di Kὸrsou aan het worden ben. ‘Kan dat?’, vraag ik mezelf dan lachend af. Blijkbaar wek ik die indruk doordat ik Papiaments en Nederlands heerlijk door elkaar aan het gooien ben, wat denk je van ‘zundreren’, ‘kibreren’ of ‘kiteren’. En ook door lidwoorden of aanwijzende voornaamwoorden die ik mezelf fout hoor zeggen. Of door het herhalen van woorden om extra duidelijk aan te geven dat iemand bijvoorbeeld ‘boos, boos’ was. En door een ‘tjieuw’ die er soms echt (echt!) heel per ongeluk, zonder na te denken uitfloept. Ik kan soms ook echt versteld staan van mezelf. Integratie jongens. Ik neem het wel heel serieus!

Maar zolang ik ‘se’, ‘swa’ en ‘cheeee’ nog niet plotseling uit mijn mond heb horen vallen, blijf ik toch die (wellicht wel geïntegreerde) Nederlander die vrij netjes ‘Papiaments uit de boeken’ spreekt. Denk ik. 

Ban siña Papiamentu. Por fabor.

Ach, wat houd ik toch van Papiaments. Ik viel al voor de taal door de vele Ritmo Kombina nummers die ik graag meeblèrde in de auto of waar ik graag op danste op feestjes. Maar nog meer toen ik daadwerkelijk de boeken in kroop en lessen ging volgen. En nóg meer sinds ik het zelf iedere dag mag en kan spreken. Een bijzondere taal. Een mooie taal. Een taal die een ieder zou moeten leren die op dit eiland woont! Niet alleen omdat het netjes is en je best een stapje naar de lokale bevolking mag zetten. Maar ook omdat ik heb gemerkt dat ik door het leren van Papiaments op verscheidene manieren meer begrip heb gekregen voor het land en haar cultuur. Ban siña Papiamentu!

Ook interessant: een blog over hetgeen ik heb gedaan om het Papiaments eigen te maken.

Leave a Response